Tyranny of Dragons

Sessie 9 Queen of the Dragonhoard

29 december

30 Flamerule 1381
Het is een drukte van jawelste in de havens van Baldur’s Gate. Terwijl de groep nog een beetje bedremmeld om zich heen staat te kijken, zien ze een kleine man in een grote gele jas aan komen wandelen, een krukje neer zetten, op het krukje gaan staan en luidkeels het volk aanspreken:
“Luister, mensen van Baldur’s Gate! Naar de mond van Baldur! Het land verandert en Baldur houdt zijn burgers op de hoogte! Kom vanavond allen naar de Midzomernacht op The Wide in Upper City. Muziek, spelen, eten, drank en blijdschap voor iedereen! Ook dit jaar verzorgt Felogyr het grootse vuurwerk! Voor het meest spectaculaire vuurwerk wat er op de hele Sword Coast te ontsteken is. Kom nu naar Felogyr voor fakkels die branden in alle kleuren van de regenboog. Deze gehele dag kun je tevens drie Dwergenklappers voor de prijs van twee kopen! Felogyr! Voor het beste vuurwerk!”

Vervolgens stapt hij zijn krukje af, vouwt het op, en wandelt weer weg naar het volgende punt waarop hij zijn mededelingen doet.
Opeens hoort Fallon achter hem wonderschone klanken uit het geruis van de omgevingsgeluiden opstijgen. Hij draait zich om en ziet oude, blinde man staan met wit haar en minstreel kleding die, hoewel van goede makelij, duidelijk zijn beste tijd heeft gehad. Hij biedt de groep aan een rondleiding door Baldur’s Gate te geven voor een enkel goudstuk. Gretig nemen ze dit aanbod aan. De oude man stelt zich voor als Adan en begint gelijk met vertellen. Hij vertelt over de bedrijvigheid in de grijze havens, de 77 metalen draken die de priesters van Gond gemaakt hebben, de verschillende handelsroutes die Baldur’s Gate tot de huidige handelsstad maken en de oorsprong die in de piraterij ligt.

Baldurs_Gate_gebouwen.jpg

Ze bevinden zich op dat moment nog in de Lower City, het nauwe, opeengepakte deel van Baldur’s Gate. Hier zijn een paar bijzondere gebouwen, te weten de tempel van Umberlee waar weduwen van overleden zeelui de dienst uitmaken, de zeetoren van Balduran waar de Flaming Fists zich gevestigd hebben, het standbeeld van Baldurian en natuurlijk de poort waar Baldur’s Gate naar genoemd is. De wijsgeer Asturgel zei hier ooit over: “In the Lower City leven en werken wij slordig en haastig boven op elkaar gezeten”.

Vlak voor ze de poort doorlopen ziet de groep weer een gele jas aankomen, dit keer om een lange man, maar wederom met een krukje en een scroll onder zijn arm. De man vouwt het krukje uit, stapt erop en begint zijn relaas:
“Luister, mensen van Baldur’s Gate! Naar de mond van Baldur! Het land verandert en Baldur houdt zijn burgers op de hoogte! In Lower City zijn wederom enkele lichamen aangespoeld. Dit is de vierde keer dat dit is gebeurd. De vier Dukes en de Flaming Fists verzekeren ons dat er actie is ondernomen en dat dit snel vergeten zal zijn. Extra groepen Flaming Fists zijn ingezet om de havens te bewaken. Er is geen enkele reden om te verwachten dat dit een smet zal werpen op de feestvreugde van het midzomerfeest!”

Baldurs_gate_crest.png
Tijdens het passeren van Baldur’s poort wordt de groep gewezen op het wapen van de stad, een schip op kalme zee, tijdens mooi weer. Adan vertelt dat dit symboliseert dat het een stabiele, welvarende handelsstad is met een optimistische toekomst, maar door de inwoners wordt er nog wel gekscherend over gedaan, aangezien het vrijwel altijd grauw weer is.

Via de poort komen ze in de Upper City, en het verschil kan bijna niet groter zijn. De straten zijn hier schoon, ruim en kleurrijk. Het ruikt hier ook een stuk aangenamer! Adan vertelt dat de mensen in de Upper City te verdelen zijn in drie groepen, de patriars, hun bedienden en de wacht. ’s Nachts gaat normaal gesproken de poort dicht, voor de veiligheid van de patriars, de rijke families die al generaties lang in Baldur’s Gate wonen.
Ook de Upper City heeft zijn bezienswaardigheden, te weten de Wide, een open marktplaats waar werkelijk van alles te krijgen is, de High Hall waar de regering zit, en tevens dient als museum van Baldurian en de bibliotheken van Ochma. Even verder staan de High House of Wonders, de enorme workshop en tempel van Gond, niet bereikbaar voor het gewone volk, en de Hall of Wonders, tempel en museum van Gond met o.a. een metalen draak uit de haven en een planetarium. Deze zijn wel toegankelijk voor publiek, en zeker een aanrader volgens Adan.
Als laatst lopen we via Silvershield estate in de wijk Manorborn, de wijk waar de rijkste families van Baldur’s Gate wonen, naar de Drakenpoort, waar Adan zijn tour afsluit. Hij weet ons nog naar wat goede herbergen te wijzen, en raadt Fallon aan zeker de ‘Elfsong Tavern’ te bezoeken, en verdwijnt met goed gevulde zakken de menigte in. Terwijl de groep hem nog wat verblufd nakijkt, wordt Tatjane op de schouder getikt door een zwartharige krijgster met felblauwe ogen. Ze stelt zich voor als Imirin Landrenner en geeft Tatjane een brief, afkomstig van Ontharr Frume.
Imirin_Landrenner.jpg
Als eerste besluit de groep naar de ‘Sorcerous Sundries’ te gaan om Snirfimble te helpen een spreuk magische bescherming te bemachtigen. Achter de toonbank staat een roodharige gnoom die enthousiast opspringt bij het zien van de kleine Snirfimble. Hij stelt zichzelf voor als Gilligin en bij het horen van het verzoek van de kleine magiër trekt hij hem mee naar een klein achterkamertje. “Ik mag dat niet zomaar verkopen van mijn baas.” En hij gebaart naar de grote donkere man die hem scherp aankijkt vanuit de winkel. “Maarre… Ik kan hem je wel geven, als je wat voor een klant van ons wil doen. Discretie is van het grootste belang!” En na instemmen van Snirfimble vertelt hij dat de persoon die anoniem wil blijven, last heeft van een waterprobleem. Het water uit zijn fontijn is tot leven gekomen. Instructies over het bereiken van de plek worden uitgewisseld en als iedereen weer buiten het gebouw staat spreekt de groep af later die middag naar het probleem te kijken. Eerst even ontspannen en bijkomen van de reis in een herberg.
Fallon en Duffel besluiten het er goed van te nemen, en kiezen voor de luxe herberg ‘Helm&Cloak’ in de Upper City. Snirfimble, Tatjane en Kima hebben het echter niet zo op dat luxe gedoe, en besluiten te overnachten in de ‘Blade&Stars’, een comfortabele herberg in de Lower City.

Zoals afgesproken verzamelt de groep, na wat uurtjes om uit te rusten en zich voor te bereiden, weer om samen naar het adres te lopen. Daar aangekomen begint Snirfimble aan de uitgebreide reeks kloppen, roepen en stampen zoals afgesproken met Gilligan, en er verschijnt een bediende. “Discretie is van het grootste belang!” fluistert die nogmaals en wenkt hen binnen. Duffel heeft inmiddels een soort duikbril op zijn hoofd gezet, en is druk bezig zich tot zijn lendedoek uit te kleden. Ze worden naar een kamer geduwd die volledig onder water staat. Zodra iedereen binnen is wordt de deur weer paniekerig gesloten, en zodoende zit de groep opgesloten in de ondergelopen kamer.
Het lijkt een doodgewone gesprongen leiding, maar schijn bedriegt uiteraard. Het is niet voor niks dat de bediende achter een groot schild was gekropen toen hij de deur open deed. Voordat iemand iets door heeft komt er een tentakel uit het water die Tatjane grijpt en onder water sleurt. Het is niet heel diep, maar in een paniekreactie stuurt ze een shocking grasp op het wezen af, die als ware geleider de aanval doorstuurt naar de rest van de groep die allen met de voeten in het water staan inmiddels.

Water_Weird.jpgNa Tatjane wordt ook Snirfimble gegrepen en onder water gesleurd, maar met de aanvallen op het water van Kima, gecombineerd met de elektrische stoten van Tatjane en Duffel, weet de groep de water weird te verslaan, en de gnoom te redden. Vele handen maken licht werk, en binnen afzienbare tijd is de kelder weer droog en monster-vrij.
Gilligin is verrukt met de resultaten en wil de scroll net aan Snirfimble geven, als hij even nadenkt en dan zegt: “Ja, of heb je misschien interesse in deze mooie felgekleurde jas?” Snirfimble lijkt de optie oprecht te overwegen, maar na wat indringende blikken van zijn reisgenoten pakt hij toch de scroll maar aan.
En terwijl de rest besluit nog even naar de befaamde ‘Elfsong Tavern’ te gaan, trekt Snirfimble zich terug in zijn kamer om de scroll te bestuderen. Na wat discussie en overwegen gaan de vier reizigers gezamenlijk naar binnen te gaan, en aldaar vermaken ze zich wel prima met wat drank en gezelschap. Ze leren via de tabakshandelaar Roge, die in dezelfde herberg zit als Duffel en Fallon, Hansor kennen, de zoon van één van de patriarchs. Op een gegeven moment valt de complete herberg stil en Roge fluistert de groep toe: “Dit is waar deze herberg zo beroemd om is, dit is de Elfsong!” Het mooiste lied ooit geschreven zwelt aan uit alle kieren van de herberg, en een ieder die het hoort kan alleen maar stil zijn, luisteren en een traan laten om het verdriet van de vrouwelijk elfenstem. Niemand weet waarom ze deze herberg heeft uitgekozen om te spoken, maar haar verdriet om haar verloren liefde op zee is duidelijk.

Als het lied is afgelopen, en de stoere avonturiers hun tranen hebben weggeveegd, vangt het normale herberg gedruis weer aan, en tegen middernacht trekt het merendeel van de bezoekers naar buiten, naar de Wide, om het vuurwerk te gaan bewonderen.
Fallon haalt Snirfimble op en met zijn allen lopen ze naar de Wide om de enorme vuurwerkshow, gesponsord door Felogyr, te bewonderen. Maar hoewel de show fantastisch is, de kleuren prachtig, en de knallen enorm, ziet Duffel meer achter het vuurwerk, in de sterren. Hij kijkt nog wat beter, en heeft plotseling het idee dat hij alleen op de heuvel staat, dezelfde heuvel als waar hij op stond alleen in een tijd dat er nog geen stad stond. In de lucht beginnen de sterren te bewegen en ze vormen zich tot een oog, een oog wat Duffel geïnteresseerd aankijkt. En terwijl het oog kijkt, spat het uiteen in drie bollen, die allen een andere richting op schieten. Eén ervan lijkt recht op Duffel af te stormen, hij probeert weg te rennen maar de bol blijft hem achtervolgen. Net als de bol in lijkt te slaan schrikt Duffel op en ziet Fallon bezorgd naar zijn kameraad kijken. “Gaat alles wel goed?”
Verward kijkt de magiër om zich heen, hij staat weer op de Wide tussen zijn vrienden en het vuurwerk. “Ja hoor. Maar help me onthouden: staf, mantel, kristallen bol.” Want dat zijn de drie bollen die uiteengespat zijn beseft hij terwijl hij het zegt. Bijzonder lang geleden zijn die ter aarde gestort en hij is voorbestemd om die drie voorwerpen te vinden.
Nadat het vuurwerk is afgelopen keert de groep terug naar hun herbergen en vallen uitgeput van een lange dag reizen en nieuwe ervaringen opdoen in een diepe slaap.

1 Eleasis 1381
Een diepe slaap, voor alle reisgenoten behalve Kima. Ze valt, en valt en valt zo hard dat haar rode krullen plat tegen haar hoofd gedrukt worden. Als ze probeert haar ogen open te doen vullen deze zich met tranen van de wind. Badend in het zweet wordt ze wakker en het duurt even voor ze beseft waar ze is. Het is vroeg in de ochtend, veel te vroeg om op te staan, maar ze weet dat ze nu toch niet meer zal slapen. Ze besluit de havens in te lopen, om iets uit te zoeken wat in haar gedachte zit sinds ze hoorde dat ze naar de havenstad Baldur’s Gate zou gaan. Dat is uitzoeken of hier iets bekend is van de piratencrew van het schip ‘Kapitein’s Waard’, de groep onder leiding van kapitein Shayne die Kima als baby gevonden heeft en enkele jaren terug spoorloos is verdwenen.
De grijze havens van Baldur’s Gaten zijn continu in bedrijvigheid, maar in de vroege ochtend, als de vissersschepen uitvaren, extra. Desondanks zijn de reacties wat afwachtend en vaag. Ze wordt doorverwezen naar de ‘Lage Lantaren’, een oude driemaster die nu vast in de haven ligt en dienst doet als herberg, café en vergaderruimte voor de duistere zaken.

Low_Lantern.jpg

Lichtelijk schoorvoetend en behoorlijk zelfbewust stapt Kima die ochtend de Lage Lantaren in. Het duurt niet lang eer ze geflankt wordt door twee grote vieze mannen die zich hardop afvragen wat zo’n lief wijffie op zo’n ongure plek doet. Kima, klaar om als rat het hazenpad te kiezen, vraagt voorzichtig of één van de twee toevallig van het schip ‘Kapitein’s Waard’ of haar kapitein heeft gehoord, maar enige intelligente reactie blijft uit. Dan stapt er een vrouw naar voren, ze duwt de mannen opzij en legt een hand op Kima’s schouder. “Ik weet misschien wel wat, loop maar even mee.”
Ze leidt Kima mee naar het benedendek waar druk wordt gegokt. “Kijk, je bent op zoek naar iets. Ben je het met me eens dat je in sommige zoektochten ook wat geluk moet hebben?” zegt ze terwijl ze de kleine druïde op een stoel aan een tafel schuift. Aan de tafel zijn 4 anderen druk in de weer met dobbelstenen gooien. Het idee is als volgt, als Kima weet te winnen met Lyer’s dice kan de waardin Laraelra Thundreth haar wat informatie geven. Helaas is Kima niet zo bedreven in het dobbelspel, en al snel is ze al haar dobbelstenen kwijt. Dat is uiteraard het moment dat haar verteld wordt dat de inzet 100 goudstukken was, maar, wordt met een vette knipoog toegevoegd door één van de meest dikke en harige mannen, daar viel vast wel wat voor te regelen. Met een dodelijke blik knalt Kima de zak met goud op tafel en loopt met Laraelra mee. Ze vertelt dat ze nog wel bereid is de informatie te delen, maar tegen een prijs. Die prijs is 500 goudstukken of de 7 tranen van Tymora, edelstenen die op de ‘Woede van Nas’r’ verstopt zouden liggen. Kima gaat akkoord, en ze loopt terug naar de herberg waar ze, stinkend naar bier en rook, aan de ontbijttafel gaat zitten.

treasure-map.jpgDuffel was iets eerder wakker geworden van een vreemde droom. Er was een lichtje wat om zijn hoofd danste, maar toen hij zijn ogen open deed, was het lichtje er nog steeds. Het schoot echter onder zijn bed en verdween toen. Even later liep hij met Fallon van hun herberg naar de Blade&Stars voor het ontbijt, en onderweg hoorde Fallon een groepje avonturiers enthousiast praten over de ‘Woede van Nas’r’en hoe zij wel even dat schip gingen opruimen. Behendig en charismatisch als hij is, wist hij ze om de tuin te leiden met een zelfverzonnen kaart die ze door de zogenaamde levensgevaarlijke riffen naar de zogenaamde zandbank zou brengen waar ze het spookschip zouden aantreffen.

Dit verhaal vertelde hij in de groep en ze besloten haast te maken, er waren immers vast meerdere groepen op zoek naar roem en rijkdom. Niet veel later stonden ze in de haven bij de kapitein die ze naar het spookschip zou varen. Het zou een halve dag varen zijn, maar toen het schip in beeld kwam leek het wel avond. De lucht was schemerig, en de sfeer bedrukkend en onheilspellend. Toen ze op enkele tientallen meters afstand waren zagen ze plotseling drie gedaantes opdoemen en langzaam dichterbij komen. De kapitein schreeuwde en bibberde van angst, want de gedaantes waren duidelijk ondoden.
Terwijl de eerste vuurballen van Tatjane en Duffel door de lucht vlogen en Fallon de kapitein wat deed kalmeren, dook Kima het water in. In krokodillengedaante greep ze de derde ondode en begon de typerende dodenrol. De andere twee ondoden werden redelijk eenvoudig neergehaald, en nog een keer neergehaald toen er één wat hardnekkig bleek. En zo was de eerste zege voor de avonturiersgroep binnen, maar wie weet ze binnen nog te wachten staat….

crashed_ship.jpg

Comments

mikevanschijndel Frances

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.