Tyranny of Dragons

Sessie 11 Queen of the Dragonhoard

14 januari

1 Eleasis 1381
Met Kima over haar schouders loopt Tatjane over de boeg naar de boot waar ze mee gekomen zijn. Schipper Karrul zit nog te wachten en kijkt gespannen toe hoe de ‘Woede van Nas’r’ langzaam maar zeker in elkaar stort. Duffel en Fallon dragen gezamenlijk de kist met schatten waar Snirfimble op zit. Terwijl Kima nog bewusteloos is, zet de rest het verhaal wat ze haar gaan vertellen even op een rijtje. Ze vertellen de druïde niet dat Tatjane haar neergeslagen heeft omdat ze bezeten was van het duistere kristal Xhasni, maar dat er een balk op haar hoofd is gevallen, die ook toevallig het kristal vernietigd heeft.
Zodra Kima in de boot ligt stopt Tatjane, ondanks het gestrubbel van Duffel, nummer zeven van de Tranen van Tymora in Kima’s buidel, zodat ze nu de set compleet heeft. De kapitein wordt wat zilver toegestopt, en na enkele uren staat de groep even na middernacht weer in de havens van Baldur’s Gate. Ze worden opgewacht door Imirin Landrenner, die Tatjane apart neemt en vertelt dat er mensen naar haar gevraagd hebben. Tatjane, te moe om helder na te denken, vraagt haar naar hun herberg The Blade and Stars te komen.
Daar aangekomen ploffen Snirfimble en Kima meteen uitgeput in hun eigen bed neer, terwijl Tatjane in de huiskamer van hun vleugel Imirin ontvangt. In de Outer City zijn er mensen geweest die naar 2 personen rond hebben gevraagd die voldoen aan de omschrijving van Tatjane en Leosin Arlanthar. Ze vraagt Tatjane voorzichtig te zijn, en in training te komen. Ook vertelt ze dat de karavaan van Rezmir en de rest van de Cult of the Dragon inmiddels vertrokken is uit Beregost, en met zo’n 7 tot 9 dagen in Baldur’s Gate wordt verwacht.

void_worm.pngOndertussen zijn Duffel en Fallon bij de poort naar de Upper City belandt. Ze worden vriendelijk doch dringen verzocht een overnachting in de Lower City te zoeken, aangezien er niemand ’s nachts over straat mag in de Upper City. Met hun natuurlijke charmes en overtuigingskracht weten ze de wachter er toch van te overtuigen dat ze naar binnen mogen, en ze worden zelfs geëscorteerd. Eenmaal in hun herberg The Helm and Cloak zien ze Roge Standers daar, die meteen uitvoerig wordt ingelicht over het verslaan van de ondoden op het spookschip.
En terwijl Fallon na een lange nacht vol goed voedsel en uitvoerige verhalen zijn hoofd op zijn kussen laat rusten, tuurt Duffel naar de sterren. Hij vertelt hen wat er is gebeurd, en vraagt wat hem verder te wachten staat. De sterren antwoorden niet direct, maar sturen wel een lichtgevende Void Worm die vrolijk om Duffel’s hoofd draait en verandert van lang naar kort, naar dik en dun.

2 Eleasis 1381
Ze valt dieper en dieper en dieper. Dat is het enige wat ze voelt en wat ze is, een vallende en dovende vlam in het duister. Wild slaat ze met haar armen om zich heen, ze schreeuwt het uit. Dit is het einde. De duisternis om haar heen vult zich met een oorverdovend gekrijs. In deze gekmakende val begint zich een besef te ontwikkelen. Ergens aan de horizon van haar bewustzijn ligt iets op haar te wachten. Maar bevindt die horizon zich in deze eindeloze diepte die haar steeds verder opslokt? Hongerig en dwingend? Ze valt dieper en dieper…
Badend in het zweet en behoorlijk gedesoriënteerd schrikt Kima wakker uit haar droom. Wederom is ze dus weer de eerste die op is. Een paar uur later waren Tatjane en Snirfimble ook wakker, waarna Tatjane haar probleem voorlegt. Ze besluiten dat er een vermomming moet komen, en op verzoek van Tatjane wordt Duffel niks vertelt, uit angst dat hij zijn mond voorbij praat.
Plots wordt er geklopt. Er staat een kale, dikke man voor de deur die zich voorstelt als Favil Blanthe, leider van de Flaming Fists. Hij bedankt de groep en komt de beloning brengen. Tatjane vraagt hem in het archief te kijken naar de namen Jim en Kaja, de kinderen uit de Brief van de Zeeman. Ze praten nog wat na over het beleven van avonturen, en bij het afscheid zien ze dat Favil vergezeld was van Duke Abdel Adrian. Eén van de leiders van de stad die zelf in zijn tijd menig avontuur beleefd heeft.

Fallon en Duffel voegen zich even later bij de rest en bespreken de plannen voor die dag. Duffel begint over het planetarium in de Hall of Wonders, en Fallon en Snirfimble besluiten mee te gaan, ook voor het museum en de bibliotheek die in hetzelfde gebouw te vinden zijn.
Tatjane gaat trainen met Imirin, en Kima zoekt haar eigen weg naar de haven. Daar zoekt ze Laraelra Thundreth op, kapitein van de Low Lantern, die haar informatie had beloofd in ruil voor de zeven Tranen van Tymora. Ze wordt direct meegenomen naar de kapiteinshut waar Laraelra de edelstenen rustig bekijkt. Ze knikt en vertelt Kima wat ze weet over de ‘Kapitein’s Waard’ en zijn bemanning. Dat is namelijk dat het schip voor het laatst uit Baldur’s Gate is vertrokken op 23 Tarkash 1377. Een tikje sceptisch kijkt Kima Laraelra aan. Is dat nu waar ze haar leven voor gewaagd heeft? Een simpel feitje uit een stoffig havenarchief?
Wat ongemakkelijk schuift Laraelra in haar stoel. Ze lijkt te beseffen dat de prijs wel erg hoog was. “Ohja, en één van de bemanningsleden is achter gebleven, Magere Pieter. Hij schijnt nog in Little Calimshan te wonen, en hij komt vaak in de Green Chalice, de lokale bar daar.” Ze nemen afscheid en met een licht gevoel dat ze afgezet is loopt Kima terug naar de herberg.

Hoewel Fallon en Snirfimble al eerder uitgekeken waren in de Hall of Wonders, is het al sluitingstijd geweest als de medewerkers Duffel vriendelijk verzoeken het planetarium te verlaten. Ook Tatjane heeft haar dag goed besteed. Uitgeput van een zware training met Imirin hoort ze de enthousiaste verhalen van Duffel aan. En het duurt niet lang eer een ieder zijn kamer opzoekt om de laatste resten vermoeidheid van de avonturen weg te slapen.

3 Eleasis 1381
Narder_Ollum.jpgEen nieuwe dag met nieuwe kansen, en wederom ontmoeten de helden elkaar aan de ontbijttafel van The Blade and Stars. Plannen worden gesmeed, Duffel is erg enthousiast over het planetarium, maar krijgt dit keer niemand mee. Snirfimble besluit het boek De Kronieken van de Koning verder te bestuderen, terwijl Kima de natuur om zich heen wil en een wandeling buiten de stad wil maken. Tatjane biedt aan het schild van Baldur’s Gate, wat ze gevonden hebben op de ‘Woede van Nas’r’, bij het museum af te geven voor ze naar haar training met Imirin zou gaan. Onderweg slaat het noodlot echter toe als ze per ongeluk in een verkeerd steegje belandt waar een grote gedaante voor haar opdoemt uit de schaduw. Achter zich sluiten drie mannen haar in, en er volgt een kort maar hevig gevecht.
Een scherpe pijn siddert door haar lichaam. Verschrikt kijkt Tatjane naar beneden. Onnadenkend grijpen haar handen naar het zwaard wat uit haar buik steekt. Haar tegenstander wrikt het zwaard nog dieper. Ze kijkt omhoog en ziet zijn gezicht, zijn kwaadaardige donkerbruine ogen en gemene glimlach. Ze proeft de zilte smaak van bloed en dan, dan wordt het zwart voor haar ogen. Het laatste lichamelijke wat ze nog voelt is de scherpe pijn in haar hoofd die tegen de stenen slaat op het moment dat ze in elkaar zakt.

Uit de verte klinkt een diepe, zware stem. “Meisje, meisje toch. Wat heb je jezelf aangedaan.” Ze knippert heftig met haar ogen in de hoop snel gewend te raken aan deze duisternis. Vaag in de verte ziet ze een bekend gezicht. De gedaante komt dichterbij en heel even lijken de contouren van haar vader scherper te worden. Maar terwijl ze haar ogen toeknijpt om het beeld helderder te krijgen veranderd de gedaante in Ontharr Frume. “Terminus!”, roept ze uit. Nog steeds komt de gedaante dichterbij en nu alsof het heel helder wordt, verandert de gedaante in een onbekende man, echter herkent Tatjane hem meteen. Hij is groot, gespierd en ziet er erg sterk uit. Zijn gezicht staat streng. Hij wordt omringt door vlammen. Vlak voor haar staat hij stil. Vol ontzag kijkt Tatjane omhoog naar Tempus. Aan zijn strenge gezicht ontsnapt een glimlach, zij het een droevige.

Tempus.jpg“Zo Tatjane, blijkbaar heb je mijn leer toch niet goed bestudeerd”, zegt Tempus terwijl hij haar streng aankijkt. Snel wendt Tatjane haar ogen af. “Maar heer, je was mij zo goed gezind, zeker aan het begin van het gevecht. De slagen ontweek ik als een danseres zoals Imirin mij heeft geleerd en…” Tatjane zoekt naar woorden. “En wat er in het verleden allemaal gebeurd is. Dragonborn, Ogers, een ondode Minotaur en zelfs een Beholder! Alles bezwijkt onder mijn hamer. Waarom kon deze man mij verslaan?” Ze kijkt omhoog en ziet Tempus zijn hoofd schudden in ongeloof wat hij hoort. “Je bent nog zo jong en moet nog veel leren”, zegt Tempus zacht. Opeens klinkt zijn stem bulderend in de leegte. “Maar hoor je wel wat je zelf zegt? Je bent geen god, maar een miezerige mens! Een miezerige mens die dankzij haar doorzettingsvermogen en eigenwijsheid tot hier gekomen is. Maar die eigenwijsheid is je dood geworden!” Verschrikt doet Tatjane een stapje achteruit. “Je bent geen almachtige vechter, maar onderdeel van een team,” vervolgt Tempus op een zachtere toon zijn preek. “Al deze gevechten waren een succes dankzij je kameraden. Maar natuurlijk sta je vooraan, je bent sterk en kundig, maar je hebt ten alle tijden je kameraden nodig! Alléén ben je veel minder sterk dan samen. Jij hebt hun kracht nodig om zelf overeind te blijven. Natuurlijk probeer ik je te helpen, maar ik kan je niet onsterfelijk maken.”
“Ken je grenzen!”, buldert hij weer. “Je bent niet de enige die gelooft in een sterke god, helaas zijn er ook kwaadaardige goden die graag hun volgers helpen. Je bent niet de enige die traint en in de meest bizarre gevechten is belandt. Ja, ik zeg mijn vechters dat ze dat gevecht moeten aangaan, maar ik vertel ze ook dat als het uitzichtloos is ze voor hun eigen leven moeten kiezen. Blijf leven om een ander gevecht weer aan te gaan! Maar nu, nu is het te laat.” En hij schudt droef met zijn hoofd.

Opeens onderbreekt een helder licht hun gesprek. Verblind door dit licht raakt Tatjane gedesoriënteerd. Tempus staat steeds verder van haar af, maar beweegt niet. Stilte in de duisternis. Opeens beseft ze dat ze valt. Er komt licht van voren en het duwt haar achterwaarts de leegte in. “Het is goed Tatjane, geef je over aan het licht. En onthoudt wat ik je gezegd heb. Je hebt altijd je kameraden nodig! Ken je grenzen!” De diepe stem vervaagt steeds verder en Tempus verdwijnt. Opeens stopt het vallen en wordt ze omringt door water. De noodzaak om haar adem in te houden neemt het over, maar er is geen oppervlakte hier. Het lukt haar zelfs niet om te zwemmen. Haar lichaam snakt naar adem en zonder dat ze het wilt haalt ze diep adem. Ze verwachtte een stekende pijn van het water in haar longen, daarentegen wordt haar lichaam verlicht met verse, heerlijke adem. Met elke ademteug vervaagt de zwaarte die haar naar beneden duwt en voelt ze zich stijgen. In de verte hoort ze een vrouwenstem onherkenbare worden prevelen. Ze raakt steeds dichter bij de oppervlakte en ziet vlak bij zich een lichaam drijven. Haar lichaam. Zonder enig moeite te hoeven doen glijdt haar ziel steeds dichter naar haar lichaam, tot ze één zijn. Met een klap komt alle pijn weer terug, het verlichte gevoel is weg en wordt vervangen door zwakte, verdriet, lichamelijke pijn en woede. Verwoed probeert ze haar armen en benen te bewegen, maar het duurt enkele momenten voor ze de controle over haar lichaam heeft gevonden en ze grond onder haar voeten voelt. Zodra ze staat raakt haar gezicht het wateroppervlak en ziet ze aan de rand van een bad haar vrienden staan. Hun gezicht spreekt boekdelen, angst, verdriet en hoop. Ze loopt op hun af en valt bij de rand van het bad snikkend ineen.

De schaamte overvalt haar. Ze probeert zichzelf te bedekken, maar het is niet haar naaktheid waar ze zich voor schaamt. Fallon legt zijn cape om haar heen, kijkt haar droef aan en loopt weg. Snikkend vertelt ze het verhaal over een man in een plaatharnas met een enorm groot zwaard. Wat ze zich voornamelijk nog herinnert is dat er al bloed op het zwaard zat voordat het gevecht begon.

Het is inmiddels een dag later, rond het middaguur. Het had niet lang geduurd eer Fallon leerde dat Tatjane overleden was. Hij had kinderen vermaakt met zijn pas gekochte muziekdoos, en de commotie op straat was aanzienlijk. Toen hij de hamer van Tatjane voorbij zag komen wist hij dat er iets mis was. De hamer pakte hij af, en hij rende naar de wachters die bij het lichaam onderzoek deden. Met zijn natuurlijke overtuigingskracht wist hij zich langs de wachters te werken waar zijn meest donkere vermoedens bevestigd werden. Tatjane lag, volledig ontdaan van pantser en waardevolle spullen, in de steeg. Hij zag meteen dat er één vinger afgesneden was, en de ketting met de zegelring van haar hals was getrokken.
water-queen.jpgHet lichaam werd vrij snel afgevoerd naar The Seatower of Balduran, het hoofdkwartier van The Flaming Fist, en Fallon liep mee. De rest van de groep werd met een boodschapper op de hoogte gebracht en die avond werd een plan van aanpak opgesteld. Dit mocht niet het einde zijn voor de dappere krijgster. Er moest een godheid gevonden worden om haar nog een kans te geven, en de kaarten van Duffel vertelden de groep dat ze bij de god van de zee moesten zijn. Zodoende werd een bezoek gebracht aan The Water Queen’s House, de tempel van Umberlee, godin van de zee. Hier werd ze verteld dat een resurrectie mogelijk was, maar wel tegen een prijs. Duizend goudstukken zou de groep moeten verzamelen.

4 Eleasis 1381
Alle resten en opbrengsten van de afgelopen tijd werden bij elkaar gesprokkeld, de edelstenen die Tatjane gevonden had in de broedkamer bij Greenest werden verkocht en zo had de groep net genoeg om Tatjane terug te brengen. Bij de tempel aangekomen droegen de priesteressen het ontklede lichaam van Tatjane naar het water terwijl ze hun gebeden zongen, ruisend als de golven van de zee. Na korte tijd kwamen ze terug zonder het lichaam, maar Tatjane volgde op eigen kracht.
priestess_umberlee.jpg
Zodoende zaten ze aan de rand van de waterput, met een snikkende Tatjane en een weggelopen Fallon. Zonder pardon werd Tatjane van haar mooie blonden lokken ontdaan, en vermomd in een cape met grote capuchon.
Het was van het grootste belang dat niemand wist dat Tatjane terug gekeerd was uit de dood. Ondersteund door haar vrienden wist Tatjane de weg naar The Helm and Cloak te vinden, waar ze in alle rust en comfort kon bijkomen. En zo zat de groep bij elkaar om een plan te verzinnen om de premiejagers op te sporen.

Comments

mikevanschijndel Frances

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.