Tyranny of Dragons

Sessie 10 Queen of the Dragonhoard

5 januari

De golven slaan tegen het rottende hout van mijn boeg. De onheilspellende stilte wordt slechts doorbroken door het klagende gejammer van de wind die door de loshangende restanten van de zeilen jaagt. Zelfs de golven lijken zo stilletjes mogelijk tegen mijn romp te slaan uit angst mijn woede over zich heen te krijgen. En zo hoort het. Maar, zowaar, een groepje avonturiers! Vier, nee, vijf stuks! “Kom naar binnen!” fluister ik ze zacht toe, “Kom naar binnen, en blijf voor altijd!” Ik ben wel toe aan verse zielen, vers leed, verse zondaars…

1 Eleasis 1381
Behoedzaam kruipt de groep rond het schip, maar er is geen ingang te zien, behalve de overduidelijke aan het dek. Tatjane, de meest behendige van de groep, klimt tegen de slijmerige boeg en na een paar keer proberen weet ze het dek te bereiken. Ze laat een touw zakken voor de rest en begint voorzichtig te verkennen. Ze ziet niemand, maar uit een kleine schoorsteen komt een ziekelijk groene rook, dus ze zijn zeker niet alleen aan boord.
Snirfimble kruipt als tweede aan het dek en begint gelijk de enorme balista te onderzoeken die op het voordek staat. Het ding is enorm, maar zoals alles aan het schip in vergaande staat van verval. De drie speren die ernaast staan zien er nog goed en scherp uit, maar zonder wapen zijn ze onbruikbaar. Misschien kan hij de balista wel repareren. Veel ervaring met dit soort wapens heeft hij niet, maar hoe moeilijk kan het zijn? Het zou wel wat tijd kosten en wat lawaai maken. Dat zou weer ongewenste gasten kunnen aantrekken. Misschien is het toch maar beter hier vanaf te blijven…
traan_tymora.jpgKima is de derde avonturier aan boord. En degene met een duidelijke missie: de zeven tranen van Tymora vinden! Die tranen kunnen dan weer gebruikt worden om meer informatie te krijgen van Laraelra Thundreth van de ‘Lage Lantaren’ over haar vermiste piratenfamilie van de ‘Kapitein’s Waard’. Het zouden een soort bruinachtige edelstenen moeten zijn wist ze. Erg bedreven is ze niet in schatten zoeken, dus het is zaak zo spoedig mogelijk de hulp van de rest in te schakelen.
Fallon volgt Kima omhoog, en hij hijst daarna gelijk Duffel op. Die had wat moeite met klimmen en was een paar keer lelijk van de boeg gegleden. Nog wat narillend stapt hij gelijk op de tafel met de halve fles rum af en neemt een slok. De alcohol glijdt door zijn keel en stroomt als gouden honingnectar door zijn lichaam. Verfrist, bemoedigd en verlost van alle schaafwonden en blauwe plekken duwt hij de fles in Tatjane’s handen. “Moet je proeven! Da’s goed spul man!” De rum valt echter flink verkeerd bij de blondine en met veel moeite weten Fallon en Duffel haar vast te binden aan de mast tot ze weer wat bij zinnen is.

minotaur_skeleton.pngEen snelle verkenning van het middendek levert een lijk vastgenageld aan de mast op, 3 deuren, waarvan één met de onheilspellende dwergenrunes erboven “Ieder die hier naar binnen gaat laat de hoop varen.” Voor er een grondige inspectie kan plaatsvinden duikt er echter een Minotaur Skeleton op, die maar met moeite neer wil gaan. In zijn bezittingen vindt de groep wat goud en de eerste traan van Tymora die Kima tevreden in haar buidel steekt.

Vooral Tatjane had het te verduren gekregen, maar ze werd geholpen door de beschermende spreuk van Snirfimble. Zolang de spreuk nog effect had besloot de groep maar gelijk de kamer aan de noordkant binnen te vallen, aangezien de rottende lucht weinig te raden overlaat. En inderdaad, zes ondoden staan binnen klaar de avonturiers een kopje kleiner te maken. Het gebrek aan behendigheid kost hun echter de kop, en niet veel later kan ook dit vertrek uitgebreid onderzocht worden. Dit levert zowaar de tweede traan op, en een kist vol koper en zilver.

Zo spoedig mogelijk ontvlucht de groep de kamer weer, en Kima, bemoedigt door de vondst van al twee edelstenen, klimt gelijk naar het kraaiennest, alwaar een piraat heel ervaren ligt te rotten. Er lijkt geen beweging in te zitten, dus voelt ze zich veilig genoeg om zijn zakken te doorzoeken. Ze vindt een rammelende tabaksdoos en wat losse goudstukken. Voorzichtigheid in de harde wind slaand opent ze de tabaksdoos en ziet daar een wat viezige derde traan! Kima poetst het tabak eraf, en klimt gelukzalig met haar vondsten weer naar beneden. De rest is aanstalten aan het maken de trap naar het middendek af te lopen, en rap holt Kima erachter aan.

lyrriaxis.pngDe voetstappen lopen over heel het dek. Van voor naar achter en van boven naar beneden. Dat is goed. De ziellozen zijn niet in staat ze tegen te houden. Verzwakken wel… Verder naar beneden. “Kom naar beneden” fluister ik zachtjes, maar ze horen me niet. Of toch? Ja! De kleine druïde hoort me, ik voel haar luisteren… “Dieper naar beneden… Kom naar onder en blijf hier…”

Ze komen uit in een laadruimte, erg onoverzichtelijk en bezaaid met kisten en vaten. Door de rommel heen lopen enkele paden die twee deuren in de noordkant van het vertrek verbinden met een gangetje aan de andere kant van het vertrek. Een vergrendelt traliehek leidt naar het onderruim waar op het eerste gezicht slecht de duisternis heerst.
Erg veel tijd om de ruimte te bestuderen hebben de avonturiers echter niet, want vanachter de vaten komen acht agressieve skeletten en ze vallen aan! Het blijken venijnige wezens, die met overmacht kunnen uithalen en alsof dat nog niet genoeg is krijgen ze ook nog versterking van de ondode kapitein Smetsteen, die met zijn stank van ontbinding diverse magen laat omkeren, en de zeeheks Lyrriaxis, het meest lelijke restant van een vrouw dat je ooit hebt gezien. Tezamen weten ze de strijd bijna in hun voordeel te beslechten. Tatjane heeft haar hamer in het rottende hout van het schip vast weten te slaan, Duffel is in blinde paniek weggerend en Fallon deed verwoede, doch nutteloze pogingen de zeeheks voor zijn charmes te laten vallen.
kap_smetsteen.jpg
Ondertussen is Kima in het nauw gedreven door een handjevol skeletten, wat alle druk op de kleine Snirfimble legde om orde op zaken te stellen. Deze krachtmeting is echter in de juiste handen, en de gnoom weet met zijn magie te bewijzen dat kracht en lengte niks met elkaar te maken hebben. Zo wisten ze het tij te keren, Kima kreeg de ruimte om haar wolvenvorm aan te nemen en de kapitein aan te vallen, Tatjane kon haar hamer loswrikken, en Duffel keerde terug met een hernieuwde zelfverzekerdheid terwijl Fallon eindelijk de juiste afstand tussen hem en Lyrriaxis had gevonden. Met een paar klappen was het afgelopen voor de kapitein en de resterende skeletten. Lyrriaxis herkende een overmacht als ze er één zag en koos het hazenpad. Ze rende omhoog en dook de zee in voordat iemand haar achterna kon gaan.

Vrijwel meteen werd het restant van de kapitein onderzocht, in een buidel aan zijn riem vindt Kima, inmiddels weer in haar druïde-zelf, een sleutel. Bij verdere inspectie van de vertrekken aan de noordzijde van het ruim, blijkt de kamer van de zeeheks een soort macaber laboratorium met een rare mengelmoes van alchemistische aparaten en keukengerei: flesjes, kistjes, potten, duistere boeken, bestek, eetgerei en aan de muur geprikte lichaamsresten van rottende monsters. In een manshoge donkere glazen tank aan de achterkant van het vertrek zwemt een ondode waterslang, die de ontmoeting met de groep niet overleeft.
Naast dit grote vertrek is nog een kleinere ruimte, die als voorraadkast dienst heeft gedaan. De etenswaren die er waren opgeslagen zijn echter al zo’n honderd jaar over datum, en dat is te merken aan de lucht die er vanaf komt. Aan het plafond van het hok hangt een piraat met een touw om zijn nek te bungelen. Van achter zijn ooglapje zien de onderzoekers iets glimmen, namelijk de vierde traan van Tymora.
Butterboot_island.jpgIn het gangetje vindt de groep diverse deuren naar diverse vertrekken met diverse interessante voorwerpen, zoals een symbool van Cyric op een kist met kaarsen, een zilveren ring aan de hand van een dode piraat, en een kist met een uitgebreide brief van Gerard de zeeman, bemanningslid van de ‘Woede van Nas’r’. Hij schrijft zijn vrouw en kinderen waar kapitein Smetsteen zijn schat begraven heeft, met bijgevoegde kaart van Butter Boot Island.
Uit een volgende kamer komt een weeïge lucht en bij het open doen van de deur ziet de groep een kamer die afgeladen is met kussens, kleden en een wijd assortiment rommel. In het midden van de kamer zit een klein gerimpeld, grijzig mannetje met een raar hoedje op zijn hoofd in een dik boek te schrijven. Hij is gekleed in simpele zeemanskleding maar heeft kleurige puntschoenen aan. In zijn handen heeft hij een bronzen pijp die de misselijkmakende en zeer penetrante rook verspreidt. Van onder de rand van zijn hoed kijkt het mannetje de groep met een onpeilbare blik aan en grinnikt: “Darobel, Darodoor.. Welkom.. Ik ben de Gibbes”

Op hun hoede en lichtelijk sceptisch kijken de individuele groepsleden terug. Dit is het eerste communicatieve wezen wat ze zijn tegengekomen sinds ze de sloep hebben verlaten. Tatjane en Fallon leggen gelijk hun hand op hun wapen, klaar om aan te vallen. Kima werkt zich echter naar voren en probeert het gesprek aan te gaan. De antwoorden van Gibbes zijn echter niet heel verhelderend, hij wil slechts een spelletje spelen. Fallon, niet van plan om iets of iemand op dit spookschip te vertrouwen, inclusief zijn reisgenoten, heeft hier echter geen geduld voor en schiet zonder waarschuwing een pijl op het raadselachtige wezen af. Deze verdwijnt in een penetrante rookwolk en laat slechts een eenzame laars achter.
Gibbes.png
Woedend over dit onbezonnen gedrag vliegt Kima hem verbaal aan. Haar onderbuikgevoel vertelt haar dat dit een sterke bondgenoot had kunnen zijn. Dat is nu aan hun neus voorbij gegaan. Mokkend gaat ze in een hoekje van de kamer zitten mediteren, terwijl de rest ook even hun rust pakt om bij te komen van het heftige gevecht met de kapitein en de heks. Terwijl ze dieper en dieper in trance raakt beseft ze opeens dat ze aan het vallen is, en hard ook. De wind suist snoeihard langs haar lichaam en haar rode krullen wapperen wild in haar gezicht. Zodra ze haar ogen probeert te openen vullen deze zich met tranen die ze achterlaat in de leegte achter haar.
Ze schrikt op uit haar droom en het duurt even voor ze zich beseft waar ze is, en vooral waar ze naar kijkt. Ze ziet namelijk voor zich het hoofd van de Gibbes, zwevend, en iets zegt haar dat de anderen dit niet zien. De Gibbes kijkt haar uitdagend aan en zegt: “Die vrienden van jou zijn niet geweldig, maar voor jou heb ik misschien wel wat. Dan moet je wel dit raadsel oplossen.” Kima knikt enthousiast, en de Gibbes gaat verder “Wat gebeurt eens per minuut, tweemaal in een moment, maar nooit in honderd duizend jaar?”. Even denkt de druïde na, en antwoord dan voorzichtig “De letter M.” De Gibbes grijnst, en verdwijnt weer in een subtiel, licht weeïg rookwolkje, en als Kima in haar handen kijkt, ligt daar de vijfde traan van Tymora!
gnoom_boek.jpgUitgerust, grotendeels genezen, en in het geval van Kima in een aanzienlijk beter humeur, trekt de groep er weer op uit om de rest van het schip te verkennen. Nu ze de sleutel van de kapitein hebben, loont het wellicht om de kapiteinshut op het bovendek beter te verkennen. Daar aangekomen, de dreigende runes heel hard negerend, zien ze op het bed een figuur liggen in een wit gewaad. Op wat roepen wordt niet gereageerd, dus treedt de groep naderbij. Het blijkt om een vrouwfiguur te gaan, in verregaande staat van ontbinding, en dus in een witte jurk. In de hut vinden ze verder het logboek van de kapitein, wat navigatie instrumenten en kaarten een groot, zwaar boek met een dikke bruine leren kaft. Op de kaft staat een groot rijk van Gnomes gegraveerd. Snirfimble is uiteraard gelijk geïnteresseerd en neemt het boek mee.
Op het bovendek bij het roer hangt aan de achterkant een sloep waar een grote kist in staat. Na enig overleg besluiten ze de lichtste van de groep in de sloep te helpen, zodat de kans op instorten minimaal is. Snirfimble is de gelukkige en vindt in de kist nog een traan van Tymora die hij aan Kima geeft. Verder is er niet veel bijzonders te vinden, dus besluit de groep gehoor te geven aan het gefluister en dieper het schip af te dalen.

“Ja, goed zo. Kom maar naar beneden! Voorzichtig, laat jullie ogen rustig wennen aan mijn duisternis, glij niet uit over de slijmerige treden, schrik niet van mijn vrienden en kom verder, kom verder!” Nog even, nog heel even dan heb ik nieuwe vrienden, nieuwe beschermers, nieuwe zielen…. Nog één obstakel….

Het luik opent met de sleutel van de kapitein en behoedzaam turen de avonturiers naar beneden. Ze zien echter niet veel meer dan een enkele meter het ruim in. Duisternis heerst daar in alle mogelijke manieren. In een spaarzaam moment van waakzaamheid controleert Kima met haar magie op valstrikken, en vindt op de bovenste trede een vuurval die zorgvuldig wordt vermeden tijdens het afdalen. Met Tatjane voorop gaat de groep voorzichtig naar beneden. De duisternis wordt alleen maar dichter, en onderaan de trap ziet de groep werkelijk geen hand voor ogen.
zombie_beholder.jpgZodra Tatjane voet op de bodem zet, herrijzen uit de dikke slijmlaag vier zombies. Of ze daar verstopt lagen, of terplekke zijn samengesteld uit de smurrie op de bodem is niet duidelijk, wel duidelijk is dat ze net zo hardnekkig ondood zijn als hun collega’s op het bovendek. En wat ook snel duidelijk wordt is dat ze versterking hebben. Een zombie beholder zweeft dreigend rondjes rond de groep en een ieder die onder zijn staar valt heeft een onzekere toekomst.
Met vereende krachten weet de groep de aanvallen keer op keer van zich af te slaan. Niet zonder slag of stoot, maar uiteindelijk stort de zombie beholder dood neer. Niet veel later is ook de laatste zombie tot pulp geslagen. Duffel wordt weer bijgebracht, het stof kloppen ze van zijn kleding, en tezamen onderzoeken ze de deuren die aan de zuid- en noordkant uit het vertrek leiden. De deur aan de zuidkant leidt naar een kamertje waar de groep een groot zwart, ruw, kristal in het midden van de kamer ziet zweven…

Op het nippertje! Ik wist dat ze het zouden halen, kom maar bij me, dichterbij… “Druïde! Ik ben Xhasni, de scherven van Cyric. Bescherm mij, overtuig je vrienden, en bescherm mij. Er zijn er die mij kwaad willen doen, er zijn er die mij kapot willen maken. Laat dat niet gebeuren! Laat al die offers aan mij niet voor niets zijn.”

Kima was naar het kristal gelopen en omarmde haar met lijf en ziel. Een vreemde gloed was over de kleine druïde gekropen, ze leek niets meer te geven om haar vrienden, haar queeste of haar vrienden. Even leek de rest mee te gaan in haar overtuiging. Even leken ze vastbesloten Xhasni te beschermen, haar ver weg te houden bij de zogenaamde helden die haar wilden vernietigen. Snirfimble was de enige die de waanzin van de situatie inzag en de rest weer bij zinnen bracht. Ze besloten, zonder Kima, naar de andere kamer te gaan om daar te overleggen.
In de noordkamer vonden ze een grote blauwe edelsteen, een elementaal kristal van lucht, en de zevende en laatste traan van Tymora. Het doel was duidelijk, het kristal moest vernietigd worden en Kima het liefst heelhuids weer mee naar buiten. Daarna zou zo snel mogelijk de fik in dit hele schip gestoken moeten worden om alle kwaadaardige sporen uit te wissen. Tatjane weigerde eerst, maar Fallon wist haar over te halen Kima neer te slaan, om daarna het kristal stuk te slaan.zwart_kristal_tekening.jpg

Je vrienden… Je hebt ze overgehaald, toch? Wat zijn ze aan het doen? “HÉ! DAT IS MIJN DRUÏDE! Wacht, wat doen jullie?! Bescherm mij! Verraders!! Mijn wraak zal zoet zijn…”

Met een luide knal spat de Xhasni uiteen na enkele welgemikte klappen van Tatjane’s hamer, en het hele schip begint te wankelen en trillen na het verdwijnen van de magie van het zwarte kristal.
Tatjane tilt haar bewusteloos geslagen vriendin over de schouders en zo snel als ze kunnen rennen ze naar boven, het schip af, de frisse lucht in, en hun vrijheid tegemoet.

Comments

mikevanschijndel Frances

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.