Fallon the Minstrel

Half-elven Bard

Description:

Half-elven Bard, chaotic good

Quick in bodymovement (dex 16) and quick in winking with his eye as he catches beauty, be it in others or in the mirror (cha 17). Always ready to jump in on any occasion, be it a fight, a tavernbrawl or singing a lovesong (initiative +3)…Fallon is your Fellow!
Traveled the world and told his stories to nobles as wel as peasants, sang for wizards and sailors alike, played the lute ’till his fingers bled in the summer of 1269. Wrote his poems on the walls of numerous castles and in diaries of many a pretties (perform +5).

Never there could be too much of a drink, be it a gobler, a pint or a bottle…always walking straight an tall, never suffered a fall (con 14, acrobatics +3). Troubles with the law, Fallon has had his share, but never got a fine (persuasion +5). Troubles with the local inkeepers about a dept, sure there were, nut never had to even the score (intimidation +5).
A keen eye (perception +3) and a quick hand (sleight of hand +3), no copper on a table is safe. But never stole from a poor man his last drink, the nobles goldpieces thou find a fast way into Fallons pockets…unseen of course (stealth +5).
So helping the poor by redistributing wealth and telling the story about it…and always giving his friends, be them rich or poor, his best wishing or a helping hand (bardic inspiration).

Bio:

Fallon the Minstrel

Een knappe verschijning, creatief en kunstig, tenger maar ongespierd. Een hinde kan niet aan zijn gracieus voortbewegen tippen, en kwik lijkt traag in vergelijking met hem. Zijn stem een ongekende mengeling van donker tenor en licht als engelenkusjes. Zijn rijmschema’s onnavolgbaar evenals zijn dubbele boodschappen die soms verborgen en soms overduidelijk zijn. Een danser, een poëet, een zanger, een kunstenaar van het leven. Een verteller van ware en verzonnen verhalen. Een gewilde man in menig kring, zij het aan het hof of bij de boer, welk ras dan ook. Maar nimmer heeft hij meer dan zijn kunsten aan iemand geschonken, of iets dat langer dan drie zonnen en drie manen heeft geduurd…zijn ware ik blijft hij behouden aan zijn boek vol verzen en deelt hij slechts met degene die ooit de zijne zal zijn.

Jaren heeft Fallon rondgezworven, alle uithoeken van Faerun gezien, alle hooizolders bezocht, alle kroegen, het publiek en het personeel bespeeld, de hoven bezocht, de edelen geamuseerd….maar de zijne gevonden heeft hij nog niet. Wellicht omdat hij zijn zoektochten te snel staakt en zich door het land begeeft al zat de duvel zelf hem op de hielen. Nergens is hij thuis, steeds weer op zoek naar avontuur in de hoop betekenis te vinden. Als half-elf staat hij immers los van zowel de elven alsook van de mensen. Het is die onverbondenheid die hem steeds de weg op drijft, op avontuur. De bergen, de wouden, de steden en de zeeën heeft hij gezien en is hij alweer vergeten, niets blijft hem bij, geen geschiedenis kruipt onder zijn huid, hij leeft vàn het moment. Niet eens ìn het moment, want zijn aandacht gaat steeds naar de toekomst toe, gedreven door verlangen. De enige geschiedenis die Fallon bij zich draagt is opgetekend in een klein zwart boekje dat hij op zijn huid draagt. Het zou vol gedichten, codes, liederen, geheimen staan….maar dat alles is alleen aan Fallon voorbehouden…en aan degene die hij ooit tot de zijne neemt.

En al vertelt Fallon weinig over zijn eigen verleden, zijn lijf vertelt een stuk meer. Littekens op zijn rug zijn duidelijk van zweepslagen. Het feit dat deze zo wonderschoon strak zijn genezen geeft aan dat hij deze zweepslagen op zee heeft ontvangen en het zoute zeewater heeft zijn wonden zodanig schoongespoeld dat de meest mooie littekens zijn achtergebleven als een verhaal op zijn huid. Zijn lichtvoetigheid en balans duiden op acrobatische kwaliteiten, zij het van een hofdanser, zij het van een dief in het holst van de nacht. Zijn precisie kan duiden op het spelen van vele spelletjes darts in de kroeg maar zou een assassin evenmin misstaan. Zijn longen duiden op het spelen van de doedelzak alsook op het duiken naar parels voor de kusten van Estagund. Zijn vingertoppen, eeltig en toch verfijnd doen denken aan het dagenlang tokkelen op zijn luit en zijn evenwel een teken van de harde handarbeid in de mijnen rondom Silvery Moon. Zijn snelheid en beweeglijkheid horen evengoed bij een theatergezelschap thuis alsook op het slagveld waarin alleen degene overleefd die behendig en snel is. Zijn blauwe ogen en blonde krullen duiden zowel op zijn scherpzinnigheid alsook op zijn voorliefde voor warme streken als bihvoorbeeld Calimshan. Het geringe uithoudingsvermogen is in feite een aanpassing aan de uren die hij in een hangmat op het strand heeft doorgebracht alsook een aanpassing aan het jarenlang slapen in het voorruim van de diverse schepen waarop hij zijn tijd door heeft gebracht.
En waarlijk moet hij een meester in verheven zaken zijn want niemand die zijn kracht en zijn intelligentie zo goed weet te bespotten en te beschermen voor een gevoelig oog als hijzelve.

De verhalen die Fallon vertelt, de liederen die hij zingt, de gedichten die hij schrijft geven zijn voorliefde aan het heldenepos weer. Evenals zijn voorliefde voor de liefde zelf en zijn zoektocht naar de ware. Zowel de ware voor zijn boek en hart alsook zijn zoektocht naar de ware strijder, de ware tovenaar, de ware monnik…acht naar het ultieme, zuivere en waarlijke zelf. Zoektochten waar hijzelve aan heeft deelgenomen of die hij heeft van horen zeggen of voortkomend uit zijn meesterlijke fantasierijke brein.

Fallon the Minstrel

Tyranny of Dragons mikevanschijndel nievelsteinhenri